Twee-en-een-half-jaar, zo lang is het geleden dat Laura overleed.
Een eindeloos lange tijd om door te komen en verder te gaan zonder haar.
Tegelijk is het als de dag van gisteren dat ik haar hier bij me had. Haar zo met haar fiets aan de hand de tuin in zie komen, of haar 's avonds aan tafel zie zitten tijdens het eten.
Al die dagen die voorbij gingen zonder haar, heb ik haar intens gemist, en ook de komende tijd zal dat niet anders zijn. Laura blijft een even groot deel van mijn leven uitmaken als toen ze er nog was. Dat ze hier fysiek niet meer is, doet daar niet aan af. Haar aanwezigheid ís er nog, maar zo anders dan ik wens.
Tijd, mijn vriend en mijn vijand, schreef ik eerder. Voor nu is het vriendelijke van die tijd er nog niet. Twee en een half jaar zonder Laura voelt zo onoverkomelijk lang, en maakt haar verder weg van me dan ik wil. De pijn van het missen is niet minder geworden, maar eerder meer.
Hoe kan er ooit een tijd komen waarin dat niet meer zo zal zijn? Of anders? Ik kan het me nu niet voorstellen.
Toch ben ik die twee en een half jaar blijkbaar doorgekomen. Ik ben verder gegaan, huilend, struikelend, vallend en weer opstaand. Ik ben verder gekomen en weer teruggevallen. En toch weer opgekrabbeld. Elke keer maar weer. Vaak met veel tranen en soms met een lach om een lieve of mooie herinnering.
Soms denk ik dat er wat uitzicht is, maar vaak is het zicht op de toekomst daarna weer vertroebeld. Want er is geen antwoord te geven op de vraag: Hoe moet ik verder zonder Laura?
Hoewel die vraag er is, is het misschien beter om niet te vragen naar het hoe. Maar 'gewoon' verder te gaan in de tjjd. Dag voor dag. Niet vooruitkijken, maar leven bij vandaag, bij nu. Vaak met een traan om hoe het is, en af en toe een stille lach om wat er was.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten