Ik haal een bos rozen bij de winkel, mooie wit-roze rozen.
Als ik thuis kom zet ik ze in de vaas, maar ik laat twee roosjes op het aanrecht
liggen.
Eén roosje snijd ik extra kort af. Het krijgt een mooi
plekje in een klein vaasje op het tafeltje waar ik vaak zit te denken aan
Laura, en waar ik graag over haar schrijf. Er brandt een kaarsje en haar foto
staat er. Een plekje om aan Laura te denken en met haar bezig te zijn. Een
plekje waar ik mijn gedachten aan het
papier toevertrouw en intussen mijn verdriet inweef in mijn leven.
Het laatste roosje laat ik nog even liggen. Later op de dag
ga ik naar de begraafplaats. Ik loop onder de bomen door. De lucht is blauw en de vogels zingen. Wat is het goed om nog even hier te zijn. Om bewust stil te staan bij
mijn mooie dochter.
Ik leg de roos op haar graf. Naast de rode hartjes die er
staan. Een kleine markering voor mijn meisje. Een moment voor mezelf om bij
haar stil te staan.
Als ik thuis kom zie ik het plekje voor Laura op mijn
schrijftafel. De mooie foto en het kleine roosje.
Er is een soort verbinding tussen thuis en de plek waar we
Laura hebben begraven.
Dat is fijn, want mijn meisje lijkt nu een klein beetje dichterbij.
Dat is fijn, want mijn meisje lijkt nu een klein beetje dichterbij.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten