Het is aan het eind van de ochtend als de postbode een aantal brieven door de brievenbus gooit. Ik loop naar de gang om te kijken wat hij heeft gebracht. Er liggen twee brieven. Eén van mijn moeder, en een rouwbrief.
Razendsnel gaan mijn gedachten om te bedenken wie er kan zijn overleden in mijn omgeving. Ik kan eigenlijk niemand bedenken, behalve...
Ik kijk in de enveloppe, en lees de kaart. Daar staat wat ik al vermoedde.
Een kleine jongen, een vriendje van Lennard dat samen met hem in het kinderhospice logeerde, is gestorven.
Ik lees de woorden en laat langzaam tot me doordringen wat ze me te zeggen hebben. Ik denk aan de ouders, de zusjes en het broertje van dit ventje.
Ik denk er aan hoe het nu bij hen thuis zal zijn.
Hoe stil het is in huis.
Hoe ze hem misschien nog bij zich hebben, maar weten dat ze afscheid moeten gaan nemen.
Hoe verdrietig ze zullen zijn en het niet kunnen bevatten dat hij er echt niet meer is.
Hoe hij misschien in zijn bedje ligt, waar ze nog naast hem kunnen zitten en hem over zijn wangetje strelen.
Deze kleine jongen die me zoveel aan Lennard herinnert.
Hij had dezelfde uitstraling: Aandoenlijk lief... Alleen maar lief...
Net zoals Lennard had hij continue zorg nodig en op een paar maanden na is hij even oud geworden.
Wat zijn er veel overeenkomsten, wat komt het overlijden van Lennard daardoor ineens weer dichtbij.
Ik zie mijn eigen kleine jongen weer voor me, liggend in zijn bedje, waar ik naast hem sta om zijn wangetjes nog een keer te strelen. Het kleine witte schaapje onder zijn armpje.
Mijn hart gaat uit naar deze mensen, de ouders en de kinderen, die ik al een poos niet gezien heb, maar waarmee ik me al die tijd verbonden heb gevoeld.
Ik weet hoe het voor ze moet zijn, nu ze weten dat ze hun lieveling moeten begraven en hem zullen gaan missen.
Ik denk aan ze en bid voor ze, om kracht en de nabijheid van Gods troostende armen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten