12.8.18

12 augustus. De droogte overleven.

De droogte van de zomer duurt voort. Op de begraafplaats ligt een geelbruin tapijt van hard en stug geworden gras.
Het moet de periode van droogte overleven. Er is niet veel over van het frisse jonge groen van het voorjaar, toen het als nieuw leven uit de grond tevoorschijn kwam. Het gras knispert onder mijn voeten als ik daar loop en het tsjirpende geluid van een krekel onderstreept de droogte.

De aanblik van het gele troosteloze veld maakt dat ik een vergelijk trek met de rouw die ik nu ervaar in mijn leven. Een dorre verdrietige tijd, nu Laura er niet meer is en ik haar zo verschrikkelijk mis.
Het verlies van haar moet ik zien in te passen in mijn leven en ik zal de toekomst onder ogen moeten zien zonder haar. Zoals het gras deze periode moet overleven, ben ik ook aan het overleven.

Soms, als ik om me heen kijk, als ik er op let, zie ik tussen al die droge dorheid een klein stukje groen. Onder een boom met veel schaduw, of op een plekje waar per ongeluk water viel toen ik de plantjes op het
graf van Lennard of Laura water gaf. Daar groeien een paar frisse groene sprietjes gras, of een klein viooltje. Zomaar ineens tussen al het dorre dat er overal is.

Ook in mijn eigen leven met rouw zie ik af en toe kleine groene sprietjes of plantjes. Het zijn de mensen in mijn omgeving die er voor me zijn en me willen troosten. Of de kleine dingen die me helpen en me soms net het sprankje laten zien dat ik nodig heb.

Het is het veertje dat ik vind, of het vogeltje dat naar me toe komt. Waardoor ik kan merken dat ik niet alleen ben. Dat God er is en Hij me dat zo laat weten. Wat ben ik blij dat ik het krijg om dit op te merken!

Iemand stuurt een foto met een regenboog. Of, sinds kort, met een veertje.
Er zijn mensen die me laten weten dat ze aan Laura denken, of me eindeloos laten praten zodat ik denk dat ze me misschien allang zat zijn.
Mensen die maar kaartjes blijven sturen zodat ik er bijna verlegen van wordt.
En mensen die vertellen dat ze voor me blijven bidden waardoor ik ontroerd ben. Omdat ik soms zelf niet goed kan bidden.
Mensen die me een dikke knuffel komen geven en me zo willen troosten in mijn grote verdriet.

Het verdriet om het verliezen van Laura is er elke dag. Het is een periode van overleven in de droogte, in de dorheid van de rouw. Niets kan er voor zorgen dat het over gaat. Want Laura komt niet terug, wat er ook gebeurt en wat mensen ook voor me doen.

Maar al die lieve blijken van meeleven en de kleine tekens die God me geeft, maken het soms even wat draaglijker.
Een sprankje, een teken van meeleven.
Het helpt me er doorheen...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten