5 Maanden na het overlijden van Laura heb ik nog steeds een lijntje met de kliniek in Almere.
Deze week heb ik een afspraak om daar twee begeleiders van Laura te spreken. Het raakt me dat er nog steeds ruimte en tijd is voor mij zodat ik de gelegenheid krijg om ook op deze manier vorm te geven aan mijn rouwproces.
Ik rijd de route die me zo bekend is geworden. Alle seizoenen heb ik het afgelopen jaar langs deze weg gereden en nu wordt het opnieuw voorjaar. Het seizoen waarin belofte door klinkt van nieuw leven. Het staat in contrast met het stoppen van het leven van Laura en maakt me weemoedig.
Ik kom aan op het terrein waar ik mijn auto parkeer. Ik kijk om me heen en zie de gebouwen waar Laura heeft gewoond en waar ze therapie heeft gehad. Waar ze het zwaar had. En waar ze zo haar best heeft gedaan om te knokken om weer beter te worden, maar waar het haar niet is gelukt.
Ik beeld me haar kamer in waar ze de laatste maanden woonde en denk er aan dat ze daar is overleden. Het is confronterend en heftig. Meer dan de eerdere keren dat ik terug ging. Het komt binnen, ik word er verdrietig van.
Ik loop naar binnen en zoek naar de twee begeleiders waar ik mee afgesproken heb. Als ik ze zie is de ontmoeting allerhartelijkst. Onder het genot van een glas thee praten we over hoe het gaat. En over hoe het was.
Uiteraard praten we vooral over Laura. We halen herinneringen op. Grappige, maar ook moeilijke en verdrietige. Wat is het fijn en goed om hier nog een keer te zijn en over mijn meisje te praten. Met de mensen die haar hier zo goed hebben leren kennen. Maar met wie ik ook een heel jaar intensief opgetrokken heb.
Wat doet het me goed om te merken dat Laura door hen nog lang niet vergeten is.
Als ik terug rijd ben ik blij dat ik hier weer een keer geweest ben. Tegelijk zet het zet me stil omdat het de laatste plek is geweest waar Laura 5 maanden geleden nog leefde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten